Onderdendam door de eeuwen heen

Uit Onderdendam, 200 jaar leven met het Nut, uitgegeven in november 2001.

Veel is er over de vroege historie van Onderdendam niet bekend. Wel is er al in 1252 de eerste aanwijzing voor het bestaan van Onderdendam. In de Keuren van Hunsingo (regels m.b.t. de rechtspraak) van dat jaar wordt het aangeduid met de naam Uldernadomme. De tekst is in het Oud-Fries opgesteld. Volgens dr. W de Vries in zijn boek “Groninger plaatsnamen”is deze naam ontstaan omdat het gebied rond Onderdendam in 1252 drassig wa. Ook het woordenboek van VanDale geeft voor önland”drassig land. Het hedendaagse Fries kent onlan, unlan, Ülland”in het Oud-Fries liet üllanders”ontstaan, wat önlanders”(bewoners van het onland) betekent. Ullanderena betekent “van de onlanders”. Volgens dr. R.A.Ebeling, een naamdeskundige op het Nedersaskisch Instituut RuG, is Uldernadomme vermoedelijk een verschrijving Ullanderenadomme = de dam (domme) van de önlandbewoners”.

In 1378 wordt in de reeds genoemde “Keuren”over Ondeerwierum gesproken als Uldernawerum. Deze benaming wordt eveneens in verband gebracht met de önlandbewoners”en kunne we uitleggen als:  wierde in het gebied van de onlandbewoners.

De ontwikkeling van het dorp Onderdendam.

In 1464 heeft er in ieder geval al wel enige bebouwing gestaan, want in de zijlbrief (=reglement) van het Winsumer- en Schaphalster zijlvest in dat jaar wordt vermeld, dat er driemaal per week waardag (vergadering) zal worden gehouden in Onderdendam, een belangrijk knooppunt van waterwegen. De vergaderingen vonden plaats in een herberg. Erg groot en belangrijk kan Onderdendam toen nog niet zijn geweest, want het was geen kerspel (oorspronkelijke benaming voor kerkgemeente en omstreeks de 16e eeuw ook aanduiding voor wat men later “burgerlijke gemeente”zou gaan noemen). Menkeweer en Onderwierum waren wel kerspels: daar stonden kerken.

In de 17e eeuw, als lang het Boterdiep, het Winsumerdiep en het Warffumermaar trekwegen of jaagpaden worden aangelegd en de waterlopen worden uitgediept, begint Onderdendam tot ontwikkeling te komen. Het regionale trekvaartverkeer begint zich te ontwikkelen. In Onderdendam worden goederen geladen, gelost en overgeslagen en er komen voorzieningen, zoals herbergen.

Op een kaart van 1781, getekend door Theodorus Beckeringh, met daarop het Winsumerdiep, het Boterdiep, het Warffumermaar en het

Kardingermaar

heeft hij globaal de bebouwing aangeduid langs de huidige Uiterdijk ten westen en direct ten oosten van de centraal in het dorp gelegen brug en verder langs de aansluiting van het Winsumerdiep op het Boterdiep. Ook wordt de bebouwing aangegeven langs de Middelstumerweg en het direct ten noorden van de brug gelegen deel van de Warffumerweg. Verder wordt het Zijlvesterhuis ten zuiden van de brug aangegeven en staat er ten noorden van het Winsumerdiep nabij het huidige Molenpad een molen.

Op een kadastraal minuutplan van 1828 komt dezelfde wegen- en waterwegenstructuur voor als op de kaart van Beckeringh. De bebouwing is beter aangegeven. Opvallend is dat deze zich langs het water even ver uitstrekt als tegenwoordig.
Later is op de “Topografische en Militaire Kaart van het Koninkrijk der Nederlanden (TMK) van 1853 voor het eerst een structurele verdichting van het dorp zichtbaar. Er is dan o.a. een weggetje aangelegd tussen de Trekweg en de Achterweg. (Het Ploeghsgangetje, waar nu de uitbreiding van het dorpshuis staat.

In 1798 begint Onderdendam zich pas echt te ontwikkelen, want in dat jaar wordt Onderdendam de hoofdplaats van het plaatselijk bestuur. Hieronder hoorden de kerspelen Toornwerd, Menkeweer, Onderwierum, Middelstum, Bedum en Westerdijkshorn.
Na de nieuwe gemeentelijke indeling in 1811 (in opdracht van Napoleon) omvatte de gemeente Bedum de dorpen Bedum, Noord- en Zuidwolde (w.o.Noorderhoogebrug), Onderwierum, Onderdendam en Menkeweer. De zetel van het gemeentebestuur bleef in Onderdendam. Er werd vergaderd in de herberg aan de Middelstumerweg 1. Pas aan het eind van de 19e eeuw verhuisde men naar Bedum.
In 1828 wordt in Onderdendam een zelfstandige hervormde gemeente Onderdendam gesticht. Voor die tijd hoorde het gebied ten noorden van het Winsumerdiep bij Menkeweer en ten zuiden van dit water bij Onderwierum. In oude officiële documenten worden beide delen van Onderdendam dan ook vaak aangeduid met respectievelijk Menkeweer en Onderwierum. In 1840 krijgt Onderdendam pas een eigen kerkgebouw en in 1876 een eigen begraafplaats. Tot die tijd werden de doden nog begraven op Mekeweer en Onderwi

erum.

Naar aanleiding van ingrijpende veranderingen in de rechterlijke organisatie werd vanaf 1803 ook voor de rechtspraak gebruik gemaakt van de centrale ligging van Onderdendam, want in dit jaar wordt het dorp hoofdplaats van de jurisdictie van het Hunsingokwartier. Voor het houden van de rechtdagen besloot men gebruik te maken van de herberg bij de aanlegplaats voor trekschuiten (Vaartzicht). Dit heeft maar kort geduurd, want men vond dat deze herberg te weinig faciliteiten had. In 1804 ging men daarom in op het verzoekschrift van de familie Mulder, die de herberg aan de Middelstumerweg nummer 1 bezat, hun woonhuis (Warffumerweg nummer 1) geschikt te maken voor een rechthuis. In 1811, nadat Onderdendam was opgeheven als hoofdplaats van de jurisdictie van het Hunsingokwartier en weer een vredegerecht (kantongerecht) werd, ging men in de herberg aan de Middelstumerweg recht spreken. Later, in 1885, vond men de combinatie van drankverkoop en rechtspraak geen gelukkige en werd een eigen gerechtsgebouw aan de Bedumerweg in gebruik genomen. Tot 1934 is er recht gesproken in Onderdendam.

In het jaar 1845 telde Onderdendam 65 huizen en 450 inwoners. Onderwierum wordt door Van der AA in zijn “Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden”beschreven als een dorp op een wierde, waarvan de bewoners hun bestaan in de veeteelt vonden en Menkeweer als dorp met in de kom slechts een boerenhuis en een paar daglonerswoningen. Van der Aa wist blijkbaar niet dat het hele gebied van Onderdendam ten noorden van het Winsumerdiep Menkeweer heette.

Voor verdere historische informatie over ons dorp wordt u verwezen naar eerder genoemde uitgave “Onderdendam, 200 jaar leven met het NUT”, uitgegeven bij Profiel Uitgeverij, Postbus 7, 9780 AA Bedum.

De auteurs van dit informatieve boek over Onderdendam en het Nut waren onze dorpsgenoten: Marion Bos, Aart Brakema, Joke de Heer, Paul Kremer en Joke Lutjeboer.

websites over o.a. de historie van Onderdendam met mooie foto’s is o.a. de volgende van nazatendevries.nl

Met name watererfgoedonderdendam.nl is zeer de moeite van het bekijken waard.

Binnen die laatste website zijn 5 hele korte filmpjes opgenomen, gemaakt door Martijn Heemstra met in de hoofdrol Pieter Kuik. Zeer de moeite waard om even te bekijken.

  1. Lutje n Haog , 2. Mr A.J. van Roijen, 3. Kantongerecht, 4. Snikstal, 5 Rechtspraak en Bestuur.